Freek in de Volkskrant

:: Geplaatst op: 2017-07-07 09:16 ::

'Ik ben niet haantje de voorste, misschien is dat toch die Brabantse nuchterheid'

Acteur Freek Bartels over het harde theaterleven

Vanuit de Tilburgse bubbel kwam Freek Bartels in het harde theaterleven. Nu heeft hij ruimte voor de onbekende musical A New Brain op een ongebruikelijke locatie.

'Op dit moment toneel, omdat het meer vrijheid geeft. Je zit niet vast aan de restricties van de muziek en het tempo, zoals bij musicals. Vooral bij grote musicalproducties draait het om de hitsongs en lekkere dansjes, die je op een vaste manier moet doen. Bij toneel is de sfeer elke voorstelling weer anders, dat maakt het spannender. Toen ik begon aan The Normal Heart (over de aidscrisis in de jaren tachtig, red.) was ik ontzettend nerveus. Bij de eerste lezing sprak ik alle namen verkeerd uit. Ik was bang dat mensen dachten: nu gaat die jongen die zo leuk zingt ineens toneelspelen.

'Musicals hebben in Nederland een slechter imago dan toneel, omdat er hier alleen geld is voor de grote publiekstrekkers. In Londen of New York liggen musical en toneel veel dichter bij elkaar. Ik vind de werken van Stephen Sondheim te gek, vooral Company, omdat die muzikaal en tekstueel heel slim in elkaar zitten. Maar ik snap dat er hier geen groot publiek voor is. Daarom is het tof dat we de musical A New Brain (van William Finn, over een componist die na een hersenoperatie zijn leven moet omgooien, red.) deze maand zes keer spelen, in de NDSM-Loods in Amsterdam, een niet voor de hand liggende locatie. Dat het een minder bekend stuk is, maakt het extra bijzonder.'

Over de top of ingetogen acteren?
'Beide. Vorig seizoen heb ik zowel de musical Beauty and the Beast als het toneelstuk Moeders en Zonen gespeeld. Dat kan niet verder uit elkaar liggen, maar voor mij zijn dat even goed geschreven stukken, ik zie dat niet als lowbrow versus highbrow. Ik vond het heerlijk om zo'n groteske ijdeltuit als Gaston te spelen (die in Beauty and the Beast achter Belle aan zit, een bijrol waarvoor Bartels dit jaar de Musical Award won, red.). Ik kan voor de buitenwereld nogal gereserveerd zijn, maar achter de schermen ben ik vaak hysterisch. Als ik een rek met kleding zie staan, kan ik het niet laten alles aan te trekken en door de gangen te paraderen - vooral in dameskleding.'

Amsterdam of Tilburg?
'Ik woon nu bijna acht jaar in Amsterdam. In het begin had ik moeite met de brutaliteit en het tempo in deze stad. Theaterstudenten rollen hier veel sneller in het vak, terwijl wij in Tilburg vier jaar lang in een veilige bubbel zaten voor we met die harde wereld in aanraking kwamen. Voor beide wegen is wat te zeggen, maar ik ben blij dat het bij mij zo is gegaan. Ik ben niet haantje de voorste, misschien is dat toch die Brabantse nuchterheid. De gemoedelijkheid van Tilburg mis ik soms wel.'

Nederlands of Moluks?
'Nederlands. Mijn moeder is Moluks, maar ze is heel Hollands opgevoed. Mensen zien mij voor van alles aan - Spaans, Italiaans, Antilliaans, Turks - maar niet Moluks. Mijn uiterlijk heeft nooit beïnvloed welke rollen ik kreeg. Ik had een heel wit beeld van Les Misérables, maar ik kreeg toch een rol. Het maakt ook allemaal geen zak uit. In Londen werd een zwarte jongen gecast voor de musical Billy Elliot, met twee witte ouders. Ik ben helemaal voor color-blind casting, zoals ze dat noemen.'

De Beste Zangers (van Nederland) of Wie is de Mol?
'Wie is de Mol?, want dat is een schoolreisje voor volwassenen. Maar De Beste Zangers was ook een te gekke ervaring, omdat je er ineens een ander publiek bij krijgt. Op straat werd ik aangesproken door een stoere vent, die zei dat hij mijn versie van Ruth Jacotts Hou Me Vast nog elke dag draait.

'Ik ben bij beide programma's tweede geworden. Ik ben wel competatief ingesteld hoor, maar tijdens De Beste Zangers was ik totaal niet bezig met de wedstrijd. En bij Wie is de Mol? was ik sowieso verbaasd dat ik het zo lang volhield. Op het eind was ik er heilig van overtuigd dat ik goed zat, dus toen Sofie van den Enk niet de Mol bleek te zijn, maar Susan Visser, heb ik nog weken gedacht: hoe ben ik dan zover gekomen?'